Piczo

Log in!
Stay Signed In
Do you want to access your site more quickly on this computer? Check this box, and your username and password will be remembered for two weeks. Click logout to turn this off.

Stay Safe
Do not check this box if you are using a public computer. You don't want anyone seeing your personal info or messing with your site.
Ok, I got it
Sommige gedichten zijn zelf geschreven, en de meeste van het internet gehaald.
VRIENDSCHAP

De vriendschap van een hond
Is vriendschap voor het leven
Voor een ander niet te zien
Hoeveel een hond kan geven

Want ben je eens verdrietig
Dan kijkt hij je aan
Alsof hij zeggen wil
Ik zal altijd naast je staan

En als je dan weer vrolijk bent
Dan slaat hij met zijn staart
En blaft alsof hij zeggen wil
Dat hebben we weer geklaard

Zo’n vriendschap is een wonder
Een wonder om te beleven
Zo’n vriendschap kan geen mens
Geen mens kan zoiets geven

Dit is ook echt wat ik voel bij mijn hondje
Het is echt mijn beste vriend
HOE KON JE

Toen ik pup was amuseerde ik je met mijn gekke streken en maakte ik je aan het lachen.
Je noemde mij je kind, ondanks een aantal kapot gekauwde schoenen en wat vermoorde kussentjes werd ik je beste vriend.

Als ik ‘stout’ was, schudde je met je vinger naar me en vroeg je me ‘hoe kon je?’, maar gaf je weer toe en rolde je me op de rug om mijn buik te kriebelen.

Mijn zindelijkheidstraining duurde wat langer dan verwacht omdat je het vreselijk druk had, maar daar hebben we allebei hard aan gewerkt.

Ik weet nog dat ik ’s nachts mijn neus tegen je aan drukte en naar je diepste geheimen en dromen luisterde, en ik kon me geen beter leven voorstellen.

We maakten lange wandelingen en reden door het park, maakten ritjes in de auto, stopten om een ijsje te kopen (ik kreeg alleen het hoorntje want, ijs is slecht voor honden, zei je) en deed lange dutjes in de zon en wachtte tot je aan het eind van de dag thuis zou komen.

Geleidelijk ging je meer tijd aan je werk en je carrière besteden.

En meer tijd aan het zoeken van een menselijke partner.
Ik wachtte geduldig op je, troostte je als je gekwetst en teleurgesteld was, gaf je nooit op je kop als je een verkeerde beslissing nam en sprong vrolijk in het rond als je thuis kwam.

En toen werd je verliefd. Zij (inmiddels je vrouw) is geen “hondenmens”.

Toch verwelkomde ik haar in het huishouden, en probeerde haar genegenheid te geven en gehoorzaamde haar.
Ik was gelukkig omdat jij gelukkig was.

Toen kwamen er mensenbaby’s en ik deelde in je opwinding.
Ik was gefascineerd door hun roze huidje, hoe ze roken, en ik wilde zo ook bemoederen.
Alleen maakten jij en zij je zorgen dat ik ze pijn zou doen.

En ik werd de meeste tijd naar een andere kamer verbannen, of naar de bench.
Oh ik wilde zo graag van ze houden, maar ik werd een ‘gevangene van de liefde’.
Toen ze groeiden werd ik hun vriend.

Ze gingen aan mijn vacht en trokken zichzelf op wiebelige beentjes op, staken vingers in mijn ogen, onderzochten mijn oren en gaven mij kusjes op de neus.
Ik hield van ze en van hun aanraking (jou aanrakingen waren nu zo zeldzaam) en ik zou hen met mijn leven hebben verdedigd als het nodig was geweest.

Ik glipte stiekem in hun bedden en luisterde naar hun zorgen en geheime dromen, en samen wachtten we op het geluid van jouw auto op de oprit.

Er was een tijd dat, als anderen je vroegen of je een hond had, je een foto van mij uit je portefeuille haalde en hen verhalen over mij vertelde.

De afgelopen jaren antwoordde je slechts “Ja”, en veranderde van onderwerp.
Ik was van “jouw hond” verworden tot slechts “een hond”, en iedere euro die je aan mij besteedde werd er één teveel.
Nu heb je een carrière kans in een andere stad, en jij en je gezin verhuizen naar een appartement waar geen honden toegestaan zijn.
Je hebt de juiste beslissing genomen voor je “gezin”, maar er was een tijd dat ik je enigste gezinslid was.

Ik was blij opgewonden over de autorit, tot we bij het dierenasiel stopten.
Het rook naar honden en katten, naar angst, naar hopeloosheid.
Je vulde de paparassen in en zei, “Ik weet zeker dat jullie een goed tehuis voor haar vinden”.

Ze haalden hun schouder op en keken je meewarig aan.
Zij kenden de harde werkelijkheid voor een hond van middelbare leeftijd, zelf één met ‘papieren’.

Je moest je vingertjes van je zoon van mijn halsband lostornen terwijl hij schreeuwde: “Nee, pappa!! Laat ze niet mijn hond meenemen!”. En ik maakte me zorgen om hem, en over wat je hem hiermee had bijgebracht over vriendschap en trouw, liefde en verantwoordelijkheid, en over respect voor alle leven.
Je gaf me een afscheidsklopje, vermeed mij in de ogen te kijken en weigerde beleefd mijn halsband en riem mee te nemen.
Je moest nog een deadline halen, en ik nu ook.

Na vertrek zeiden de twee aardige dames dat je waarschijnlijk al maanden wist dat je zou verhuizen en dat je geen poging had gedaan om een goed tehuis voor me te vinden.
Ze schudden het hoofd en zeiden “Hoe kon je?”

Ze geven ons hier in het asiel zoveel aandacht als mogelijk is met hun drukke bezigheden.
Ze voeren ons natuurlijk, maar al dagen heb ik geen trek meer.

In het begin rende ik elke keer als er iemand langskwam naar het hek, hopende dat jij het was.
Dat je van gedachten was veranderde.
Dat dit allemaal slechts een nare droom was.
Of ik hoopte tenminste dat het iemand was die medelijden met me had, die me zou redden.

Toen ik me realiseerde dat ik niet opkon tegen die met gekke fratsen aandacht trekkende puppies, die geen idee hadden wat hen te wachten stond, trok ik me maar terug in het verste hoekje van mijn kennel en wachtte af.

Ik hoorde haar voetstappen toen ze me kwam halen aan het eind van de dag.
En ik liep met haar terug de door naar een apart kamer.
Een gelukzalig stille kamer.

Ze plaatste me op de tafel en wreef over mijn oren en vertelde me dat ik me geen zorgen moest maken.
Mijn hart bonkte in afwachting van wat er ging gebeuren, maar ook voelde ik een zeker opluchting.

Omdat het mijn aard is, had ik met haar te doen.
De last die zij moest torsen is zwaar, dat weet ik zoals ik ook altijd stemmingen aanvoelde.

Voorzichtig plaatste ze een tourniquet om mijn poot terwijl een traan over haar wang rolde.
Ik likte haar hand op dezelfde manier als ik altijd bij jou deed om je te troosten, al die jaren geleden.
Met grote vaardigheid liet ze de injectienaald in mijn ader glijden.
Toen ik de steek voelde en de koude vloeistof die zich door mijn lichaam verspreidde, ging ik slaperig liggen, keek haar in de ogen en fluisterde “Hoe kon je?”

Misschien begreep ze mijn hondentaal, want ze zei: “Het spijt me zo”.

Ze hield me tegen zich aan en legde mij haastig uit dat het haar taak was ervoor te zorgen dat ik naar een betere wereld ging, waar ik niet genegeerd, mishandeld of verlaten kon worden of voor mezelf moest zorgen, een plaats van licht en liefde, zo verschillend van dit aardse bestaan.

Met het laatste beetje energie dat ik nog had, probeerde ik haar met een laatste kwispel te vertellen dat mijn “Hoe kon je?” niet tegen haar gericht was.

Ik dacht aan jou, lieve baas.
Ik zal altijd aan je denken en altijd op je wachten.
Moge iedereen in je leven je zoveel trouw betonen.

Noot van de auteur (Jim Willis 2001)
Als de tranen in je ogen stonden bij het lezen van Hoe kon je, komt dat doordat het een samenvatting is van verhalen van miljoenen dieren die   ieder jaar in asiels over de hele wereld sterven. Iedereen mag dit verhaal verspreiden voor niet commerciële doeleinden, zolang de auteur word vermeld.

Gebruik het om mensen voor te lichten, op websites, in nieuwsbrieven, op prikborden in asielen dierenartsenpraktijken. Vertel mensen dat een huisdier in huis nemen een belangrijke beslissing is, dat dieren onze liefde en zorg verdienen, dat het vinden van een ander, goed tehuis voor je dier je eigen verantwoordelijkheid is en dat ieder asiel en iedere dierenbeschermingsorganisatie je daarover goede adviezen kan geven, en dat alle leven kostbaar is.
DOGGY BLUES

Liggend in mijn mand
Baasje leest de krant
Vrouwtje heeft het huis aan kant
Wanneer gaan we nou?

Droef leg ik mijn hoofd
Hij had het toch beloofd
Ik voel me weer beroofd
Wanneer gaan we nou?

’t Is triest, ik heb dus pech
Zonder mij gaan ze weer weg
Het is zinloos als ik zeg
Wanneer gaan we nou?

Weer gespannen leg ik aan
Met mijn hoofd richting de maan
Zing ik over mijn bestaan
Komen ze nog terug?

Na veel uren van gezang
Wordt ik toch een beetje band
O, wat duurt het toch weer lang
Komen ze nog terug?

Ik hoor gebonk tegen de muren
’t Is het bonken van de buren
Ook zij vinden het lang duren
Komen ze nog terug?

Als ze komen is het fijn
Ook al doen ze me zo’n pijn
Als ik maar bij hen kan zijn
Zouden we nou gaan?

Eindelijk gaan we dan naar buiten
En ik loop daar lekker los
Dromend dat het beetje gras
Groot is als een heel echt bos
Baasje gaat dan alweer fluiten
En ik neem de laatste geur
Van de kleine achtertuin
Weer mee naar de achterdeur
THUISKOMEN

Als ik eventjes en weggeweest
En ik kom dan weer naar huis
Dan lijkt het wel een heel groot feest
En denk ik: ik ben weer thuis
Er wordt geknuffeld en gelikt
De één geeft mij een poot
De ander, of het mij nu schikt
Die kruipt op mijn schoot
Ze voelen altijd met mij mee
In vreugde en verdriet
Ze geven liefde en zijn tevree
Al wat ik hen ook bied
Wat geeft mij zoveel vreugde en hoop
Het zijn twee vagebonden
Ze zijn voor geen miljoen te koop
M’n lieve, grootte en kleine, trouwe honden
WERKGELEGENHEID

Gesteld dat er geen hond meer was
Geen geblaf, geen poep en ook geen plas
Vergis u niet, er zijn veel mensen
Die dit regelmatig wensen
Maar al doet dat hun verdriet
Dat kan nu eenmaal niet
Honden zijn nodig voor de economie
Dat wij ze willen, dat telt nu even niet
Want er wordt veel verdiend
Aan onze viervoetige vriend
De groothandel en voorfabriek
De dierenarts en de kliniek
Kennelbouw en dierenpension
Medicijnfabriek en trimsalon
Tentoonstellingsruimtes en hondenboeken
En de hondenbeeldjes die wij zoeken
TV commercials en reclame
Er wordt veel verdiend, dat zult u beamen
Vele duizenden mensen hebben een baan
Gewoon omdat er honden bestaan
Wij zouden geen hondenbelasting betalen
Maar vele zouden W.W. komen halen
Dus vertel de mopperaar dat dit dier
Ons meer geeft dan alleen plezier
Als u zich ergert tot onze spijt
Bedenk dan het is WERKGELEGENHEID
HET GEBED

Ho mijn meester
Kies mij als vriend
En ik zal ven al je vrienden de trouwste zijn
Geef mij een thuis
En ik zal de beste bewaker zijn
Geef mij een naam
En ik wil nooit nog een andere
Geef mij een bevel
En ik zal je gehoorzamen
Geef mij voedsel
En je zult nooit ontgoocheld zijn
Geef mij een liefkozing
En ik zal gelukkig zijn
Geef mij uw affectie
En ik zal je mijn leven geven
OP VAKANTIE

Ik ben niet de eerste, en zal ook zeker de laatste niet zijn
Wat dat maar waar, Nee……allemaal valse schijn
En zeker geen groots gebaar, maar…de baas overheerste……..zijn wil is wet
Er was over gesproken tijdens de aanschaf, het was allemaal al op papier gezet
Nou, ik vind het alleen maar ontzettend laf
Het gebeurt zo vaak…. om mijn karakter wordt ik nog even geroemd
Het is een spruit, ja……..zo werd ik genoemd
Maar dat veranderde niets aan het besluit
Er wordt druk gediscussieerd, de kinderen staan te huilen
Maar het kan niet anders, ja……ze gaan me gewoon inruilen
Ik hoor het gemompel van enkele omstanders
Elke andere oplossing wordt genegeerd, het is nu echt de hoogste tijd
Ik moet alleen achterblijven, tot mijn grootste spijt
Ik probeer nog even…. lang een been te wrijven
Verdrietig kijk ik iedereen na, hoe kun je dit nu toch doen
Van het vrouwtje krijg ik nog een dikke zoen
Speels trek ik nog aan haar rok
Ik moet in een hok
Ze beloven dat er goed voor mij wordt gezorgd
Dit wil echter nog niet zeggen dat ik het leuk vind
Maar er zijn viervoeters die slechter af zijn dan ik
Zij worden zonder enige schroom
Vastgebonden aan een boom
Jeetje, dat is pas balen
Denk nu niet, dit is niet helemaal pluis
Want over twee weken komen ze mij weer halen
Ja, ik mag echt weer terug naar huis
Snel nemen ze afscheid
Het hoort er nu een maal bij
….Bij de vakantietijd…..
TROUW

Jammer dat ik niet kan spreken, net als de mens
Spreken als de mensen is mijn grootste wens
Dan zal ik je vertellen
Vertellen dat ik om je geef
Ik spreek wel maar met mijn staart
Die kwispelt vrolijk in het rond
Oh had ik maar een menselijke mond

Maar jij begrijpt me
Jij bent mijn baas
En een baas begrijpt zijn hond
Hij zie aan zijn staart dat hij vrolijk is
En dat die zijn baasje als die weer thuiskomt heeft gemist
LEVEN EN DOOD

Van een hondje dat niets begrepen heeft, en ook niet begrepen werd…….

Ik open mijn ogen en zie mijn mama die warm is en dikke tepel heeft.
Ik speel met mijn broers en zusjes, we grommen en bijten elkaar en hebben vreselijk veel lol.
Ik kan al springen en wippen en blaffen wanneer er vreemde mensen komen die mij oppakken en meenemen naar hun huis.
Alles ruikt daar vreemd en ik voel mij onwennig.
Gelukkig leren de kinderen mij allemaal wilde spelletjes en dat is fijn.
Ik mag in hun pantoffels bijten, op hun bed liggen, ze spelen trekspelletjes met me en de hele familie lacht als ik vreselijk grom.
In de tuin jagen we achter elkaar aan en dan mag ik zelfs in hun broekspijpen bijten.
Ik mag al doen wat ik wil, ze gieren het uit als ik tegen hen opspring.
Ik ben gelukkig…..

Ik word groter, sterker en krijg nieuwe tanden.
Als ik nu tegen de kinderen opspring vallen ze soms om en huilen.
De grote mensen zijn dan boos op me en roepen hard.
Als ik nu een lekkere pantoffel vind en hem stuk bijt, pakken ze hem af en ze slaan me ermee.
Als ze me van het bed jagen en ik grom naar hen (want daar mocht ik toch slapen) roepen ze hard en jagen me de tuin in.
Ik mag niet meer het huis in, niet meer spelen met de kinderen
Ze sluiten me op in een kooi.
Ik ben ongelukkig……

Ik begrijp niet wat me overkomt.
Ik jammer, ik blaf omdat ik bij mijn mensen wil zijn.
Ze laten me hier zitten.
Het is verschrikkelijk om altijd alleen te zijn.
Ik word gek.
Als ik iemand uit het huis zie komen, hoop ik dat ze mij komen halen en blaf en ik wip tegen de bedrading van de kooi op.
Dan roepen de mensen hard en soms gooien ze water naar me.
Ik zit dagen, weken in mijn kooi.
Ik heb het te warm, ik heb het te koud.
Waarom zit ik hier?
Ik wil eruit.
Ik wil niet alleen zijn.
Ik blaf en ik jammer.
Ik ban ongelukkig…….

Nu zit ik ergens in een vreemde kooi met veel honden erin.
We jammeren en soms komen er mensen naar ons kijken vanachter de tralie.
Ik vertrouw niemand meer, zit achter in mijn kooi en weiger hen te bekijken.
Ze blijven nooit staan voor mijn kooi.
Ik blijf hier zitten.
Waarom zit ik hier?

Daar komt een man met een lijn en een halsband in zijn hand.
Is er dan toch iemand die mij wil??
Hij neemt me mee; vele gangen door naar een kamer waar het vreemd ruikt.
Hij neemt een riem en snoert mijn snuit.
Waarom doet hij dat, ik was toch niet van plan om hem te bijten?
Hij neemt me in zijn armen, wil hij dan toch vriendelijk zijn?

Au…wat doen hij nu?
Hij steekt iets in mijn vel…
Ik kan mijn ogen niet meer openhouden, ze willen dicht.
Ze slapen, mijn ogen, ik slaap.
Ik hou op verdriet te hebben omdat ik alleen ben.
Ik hou op mij af te vragen wat het was dat die mensen met mij voorhadden.
Ik slaap, en niemand doet mij nog pijn, niemand roept nog hard…..
HERPLAATSDIER

Ik heb net als alle dagen mijn brokjes gegeten, mijn water gedronken, en ik lig net even rustig uit te puffen van mijn speelkwartier als mijn baasje naar me toe komt.
Blij spring ik tegen hem op want hij heeft de riem in zijn hand!
Yesss We gaan lekker wandelen!
Helemaal blij en uitgelaten loop ik naar de hoek van de straat, maar mijn baasje roept me ”Kom joh je moet in de auto”, ha mooi dan gaan we vast naar het bos of strand, en blij spring ik in de auto.
Het duurt langer dan normaal en er is nog iets aan de hand.
Mijn baasje is helemaal niet vrolijk.
Ik begrijp niet waarom niet, normaal is hij dat namelijk wel.
Hij kijkt maar steeds naar me, en dan schud hij zijn hoofd.
Heb ik iets verkeerd gedaan?
Is mijn baasje verdrietig?

Als de auto stopt zijn we ergens waar ik nog nooit ben geweest.
Ik ruik allemaal honden, ik ruik angst.
De handen van mijn baasje bibberen als hij mijn riem om doet.
Ik geef een likje over zijn hand.
“Kom op baasje ik ben er toch”.

We gaan naar binnen en ik ruik nu nog meer honden.
Een vriendelijke mevrouw praat tegen mijn baasje en aait mij over de kop.
Ik krijg een koekje.
Zenuwachtig kijk ik naar mijn baasje “We gingen toch wandelen?”
Dan huilt mijn baasje en hij aait me.
Ik begrijp er niets van, ik word er zenuwachtig van.
Hij geeft de riem aan de mevrouw en zegt me gedag.
Ik schrik.
Heeeeeeeee Laat me hier niet achter.

Ik piep, ik krabbel aan de deur, ik jank, maar mijn baasje is weg.
De mevrouw probeert me te kalmeren, maar ik wil niet gekalmeerd worden, mijn baasje is weg.
Ik begrijp het niet.
Na een poosje ga ik maar eens rondsnuffelen om e kijken waar ik terecht ben gekomen.
De mevrouw is wel aardig maar ze is niet mijn baasje.
Ik ruik allemaal vreemde honden en mensen luchtjes.
Ik krabbel aan de deur maar ik mag niet naar buiten.
Na een poosje ga ik liggen, ik besluit te wachten tot mijn baasje me weer komt halen.
Ik moet erg wennen aan alle geluiden hier.
Sommige zijn bekend, en sommige niet.

Plotseling hoor ik voetstappen…..JA!
Zou het mijn baasje zijn?
Ik kijk naar de deur.
Ik wist het wel, hij laat me niet in de steek.
De deur gaat open en ik sta klaar om tegen hem op te springen……NEE dit is mijn baasje niet.
Wat gebeurt er nu weer?
Twee vreemde mensen met kinderen komen op me af.
Ze willen me allemaal tegelijk aaien.
Ik stap terug, wie zijn die mensen wat moeten ze van me?

Ze roepen mijn naam.
Ze willen de hele tijd aan me zitten.
Ik hou ervan om geaaid en geknuffeld te worden, maar niet nu.
Ik wil mijn baasje, ik wil dit allemaal snappen.
Ik weet niet wat ik moet doen.
De mevrouw vraagt aan de kinderen of ze me even met rust willen laten.
Ik ben haar dankbaar.
Ze legt uit dat het allemaal een beetje overweldigend is voor me, en dat er in korte tijd best veel met me gebeurd is.
Ik moet de kans krijgen om te wennen zegt ze.

Ik blijf eens zitten kijken, en af en toe ga ik eens voorzichtig naar deze mensen toe.
Ze zijn aardig.
Ze hebben het over thuis.
Maar ik begrijp er niets van.
Waar is toch mijn baasje?
Dan pakt de mevrouw mijn riem.
JA! Ze gaat me naar mijn baas brengen.
Maar nee ik ga met de vreemde mensen mee naar buiten.
Ze gaan met me wandelen.
Ik ken hier de omgeving nog niet zo goed dus ik snuffel wat rond.
Mijn riem gaat van hand tot hand.
De kinderen maken ruzie.
“Nu mag ik hem vasthouden, nee ik ben aan de beurt”.
Ik snuffel of ik mijn baasje kan vinden.
Te laat we gaan alweer naar binnen.
Weer terug naar de mevrouw.
Er word weer gepraat, en dan worden er papieren ingevuld.
Ik ga weer met de mensen mee.
Ik begrijp er nog steeds niets van.
Ik moet in de auto, een vreemde auto met vreemde mensen.
De auto rijdt weg.
De mensen die me meenemen zeggen dat we naar huis gaan……
Wat gebeurt er?
HONDENWETBOEK

Hondenwetboek voor bazen

1) U zult een goede roedelleider zijn
2) U zult eerlijk en rechtvaardig zijn
3) U zult eisen stellen, die ik begrijpen en aan kan
4) U zult dus zwart/wit denken en handelen t.o.v. mij
5) U zult altijd mijn goede wil belonen
6) En als U straft, dan zo, dat ik het begrijp
7) U zult nooit nastraffen/namopperen
8) U zult nooit dreigen, dat maakt mij onzeker, omdat ik niet begrijp wat U eigenlijk bedoelt
9) En als ik dan al straf verdien, dan graag direct, want anders begrijp ik niet waarvoor ik staf kreeg en word ik onzeker en angstig
10) U zult mij steeds belonen wanneer ik iets goed doe, ook al vindt U dat iets vanzelfsprekend
11) U zult altijd duidelijk zijn, want soms baas, moet ik maar raden wat u nu eigenlijk wilt: Kom, Vooruit, Ga, Af!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
12) U   zult nimmer Af,Af, AAAAAAAAAAAAf zeggen wanneer U “AF” bedoelt, want ik ben niet Do, Do, DOOOOOOOOOOOOF!!!!!!!!!!!!En ook niet achterlijk, want als het pas bij de derde keer hoeft, dan doe ik dat ook braaf
13) U zult mijn ketting en mijn riem niet als versiering beschouwen, die zijn er om mij te helpen gehoorzamen
14) U zult nimmer naar uw buurman kijken en diens hond, want baas: “U ben U, en ik ben ik”
15) U zult nimmer zeggen: “Ja, maar thuis doet jij het wel, want het trainingsveld is niet thuis, maar om te oefenen”
16) U zult bij alles wat U van mij verlangt, rekening houden met mijn leeftijd en met mijn aard
17) U zult zich altijd moeten blijven realiseren, dat ik mezelf niet heb gemaakt en dat U mij heeft uitgekozen en niet ik U
18) U mag blij zijn met mij baas, want ik ben waarschijnlijk de enige die U zomaar als baas aanvaard, zonder OR’s, baaldagen of stakingen, terwijl ik altijd bereid ban tot variabele werktijden en zelfs tot overwerk
19) Dus baas, wanneer U óóit eens aarzelen mocht ten opzichte van mij, laat dan altijd Uw hart spreken en niet Uw hand
20) Want baas wij honden hebben allemaal een grote bek, maar…..een heel klein hartje
21) En baas, houd de zaak altijd in balans, wanneer U van mij een evenwichtige hond wilt maken, en moet U mij al een flink tot de orde roepen, en ik beken dat ik dat wel een verdien, dan moet de beloning daarna evenredig groot zijn.
22) En als U dan echt mijn baas zult zijn……..................... Dan ga ik voor U voor het vuur
                                                                                  Beklim ik voor U de hoogste muur
                                                                                  Werk voor U tot aan mijn laatst uur
                                                                                  Want… zo is nu eenmaal mijn natuur
My Pages
My Friends
Cursor from www.CarrielynnesWorld.com